|
Dwarslaesie en sportbeoefening
Sport is bovendien bij uitstek een middel om met anderen
in contact te komen. Dat is van groot belang voor jou als persoon met
een handicap, zeker als je bij vertrek uit het revalidatiecentrum de draad
weer moeten zien op te pakken. Sport kan daarbij een hulpmiddel zijn en
stimuleert zo de integratie in de samenleving.
Voor wat betreft de lichamelijke conditie is de uitgangspositie van sporters
met een dwarslaesie in vergelijking met validen veelal slechter. Dit is
van belang voor de trainingsopbouw. Sporters met een dwarslaesie hebben
geen normale lichamelijke respons op inspanning. Door het ontbreken van
de vaatvernauwing en de spierpompfunctie is er geen adequate bloedcirculatie
en ontstaat er ophoping van bloed in de benen en in de buik. De vullingsdruk
van het hart vermindert en daarmee het slagvolume. De hartfrequentie stijgt
ter compensatie, maar onvoldoende om het verlies aan slagvolume volledig
te compenseren. Uiteindelijk vermindert het hartminuutvolume (HMV = slagvolume
x hartfrequentie), waardoor de bloedstroom naar de actieve spieren afneemt
met nadelige gevolgen voor het prestatievermogen. Het maximale inspanningsvermogen
en het maximale zuurstofopnamevermogen zijn daardoor beduidend lager dan
bij valide sporters.
|